

Er was eens een monnik, ergens in het binnenland van Portugal. Hij had helemaal niets om te eten. Wat moest hij doen? Hij was bang dat hij van honger zou sterven. Hij ging naar een klein dorp. Daar klopte hij aan bij de huizen en hij vroeg of hij wat te eten kon krijgen. Maar de mensen waren er helemaal niet vriendelijk voor hem, en niemand wou hem iets geven.
Toen kreeg hij een idee. Hij raapte een kleine steen op van de straat. Hij klopte aan bij een huis. Daar vroeg hij of hij een pot met water kon krijgen.
‘Een pot met water? En waarom dan wel?’ wilden de mensen van het huis weten.
‘Ik heb hier een steen,’ zei hij. ‘Als u mij een pot met water kunt geven, dan kan ik er stenensoep mee maken.’
Stenensoep? Daar hadden ze nog nooit van gehoord! De mensen in het huis waren erg nieuwsgierig, want ze wisten niet dat je zoiets als stenensoep kon maken. Dus ze lieten de monnik binnen en ze gaven hem een pot met water zodat hij de soep zou kunnen bereiden.
De monnik zette de pot met water en de steen erin op het vuur. Hij bracht het water aan de kook. Toen vroeg hij aan de vrouw van het huis of ze niet wat varkensvet had. Dat zou de stenensoep een beetje meer smaak geven. ‘Natuurlijk,’ zei de vrouw, en ze gaf hem wat vet.
Een beetje later zei de monnik: ‘Ik zie dat u kool in uw tuin hebt staan. Is het goed als ik er twee of drie kleine stukjes van neem, om in de stenensoep te doen?
Dat is ook goed voor de smaak.’ – ‘Jazeker,’ zei de vrouw. ‘Doet u dat maar, want we zijn erg nieuwsgierig naar uw stenensoep.’
Nog een beetje later vroeg de monnik aan de vrouw of ze een stukje chorizo kon missen voor de soep. Dat kon zeker. Daarna vroeg hij om wat kruiden. En tenslotte deed hij er ook nog wat zout in. Want ook dat was goed voor de smaak.
Toen was de soep klaar en de monnik begon er van te eten. De hele familie stond er bij te kijken.
‘Je hebt nu je stenensoep,’ zeiden ze, ‘maar wat doe je met de steen? Eet je die niet?’
‘Neen,’ zei de monnik. ‘De steen houd ik, want die geeft mij de mogelijkheid om ook op andere plaatsen nog stenensoep te maken.’
Hier wordt verteld wat wellicht de herkomst van stenensoep is. Arme mensen hadden het geld niet voor hout om vuur te maken. Dus ze moesten er heel spaarzaam mee omgaan. Als ze een steen in de pot deden bij het koken, dan slorpte die warmte op, die hij later weer afgaf, zodat de pot warm bleef en ze niet veel hout nodig hadden om het water warm te krijgen.
Bron: Paolo Guerreiro, 52 x Sproken, Brussel (2013)


