
De volle maan, tragisch dien avond, was reeds vroeg, nog in den laatsten dagschemer opgerezen als een immense, bloedroze bol, vlamde als een zonsondergang laag achter de tamarindeboomen der Lange Laan en steeg, langzaam zich louterende van hare tragische tint, in een vagen hemel op. Een doodsche stilte spande alom als een sluier van zwijgen, of, na de lange middagsiësta, de avondrust zonder overgang van leven begon.
Over de stad, wier wit gepilaarde villa-huizen laag wegscholen in het geboomte der lanen en tuinen, hing een donzende geluideloosheid, in de windstille benauwdheid der avondlucht, als was de matte avond moê van den zonneblakenden dag der Oostmoesson.
De huizen, zonder geluid, doken weg, doodstil, in het loover van hunne tuinen, met de regelmatig opblankende rissen der groote gekalkte bloempotten. Hier en daar werd een licht al ontstoken.
Plotseling blafte een hond, en antwoordde een andere hond en verscheurde de donsende stilte in lange, ruwe flarden; de nijdige hondekelen, heesch, ademloos, schor vijandig; plotseling ook zwegen zij stil.
Bron: De Stille Kracht (1900) van Louis Couperus

De inmiddels overleden krant De Pers kwam met een mooie paradox: ‘Gratis maar niet goedkoop’. C1000 had ooit ‘Geen fratsen, dat scheelt.’ Ook sterk, vanwege het bijzondere woord fratsen én omdat je over dit ultrakorte college bedrijfseconomie even kunt nadenken.
De sterkste en meest dramatische zin die de Nederlandse politiek deze eeuw voortbracht, kent u. Hij is van een voorman van de LPF en dateert van vlak na de moord op de eerdergenoemde man die er zin an had: ‘De kogel kwam van links.’
Ook een uitspraak die om een halve seconde doordenken vraagt. ‘Ik ben ervan overtuigd dat links Nederland een klimaat heeft geschapen dat hieraan bijdroeg.’ Als de spreker dat had gezegd, waren zijn woorden nog dezelfde dag in de vergetelheid geraakt.
Bron: Tijdschrift: Onze Taal – Jaargang 82 (2013)
‘geraadpleegd via DBNL (KB, nationale bibliotheek)’