
geen fratsen . dat scheelt
Plotseling blafte een hond, en antwoordde een andere hond en verscheurde de donsende stilte in lange, ruwe flarden; de nijdige hondekelen, heesch, ademloos, schor vijandig; plotseling ook zwegen zij stil.
Bron: De Stille Kracht (1900) van Louis Couperus
